Zijn reis

De reis was al lang geweest, vanaf het punt
dat zijn benen hem konden dragen.
Hij wilde liggen, verlangde naar de slaap.

Aan een vrouw langs de weg vroeg hij:
“Is het nog ver?”

“Ja, het is verder,” gaf zij hem te kennen,
“en nog een flink stuk ook, zelfs
aan de verte daarginds voorbij,”
wees ze hem de richting aan. Lees verder Zijn reis

A dirty mind is a Joyce forever, toegift.

Het gekke is dat je met een andere blik naar billen gaat kijken als je weet dat je die later op je gezicht gedrukt krijgt. Alsof de vorm anders wordt, aantrekkelijker dan dat ze al waren.
Hij kijkt haar na terwijl zij de woonkamer verlaat om in de wasmand een door haar gedragen en dus nog niet gewassen slipje te halen en hij zich ondertussen uitkleedt. Zal ze dat gelijk bij terugkomst over zijn hoofd trekken? En zal hij dan echt de hele avond met dat slipje over zijn kop moeten rondlopen, zoals ze gedreigd had?
Zullen er in het kruisje vlekken zichtbaar zijn? En zo ja, wat voor? Zal het haar lichaamsgeur vast hebben weten te houden? Nee, zeker niet na dagen of wellicht een week in de wasmand gelegen te hebben. Nou ja, hoe of wat dan ook, de gedachte dadelijk zijn neus in dat kruisje te hebben maakt hem zichtbaar bloedgeil. Lees verder A dirty mind is a Joyce forever, toegift.

A dirty mind is a Joyce forever, 3.

“Zo, en nu ga ik jou misschien verwennen,” kijkt Joyce hem aan en ze laat haar tong even langs haar lippen gaan. “Althans, ik hoop dat ik je ermee verwen. Ik heb gisteren een lekkere eigengemaakte romige kippensoep met paddenstoelen gemaakt en daarbij krijg je knapperig witbrood om in de soep te dopen.”
“Dat klinkt erg aanlokkelijk,” glundert hij en als meteen daarop ook zijn maag knort, schieten ze beiden in de lach.
“Nou, dat is duidelijk,” proest ze. “En wil je er een glas droge witte wijn bij?”
“Heerlijk. Je verwent me echt.” Lees verder A dirty mind is a Joyce forever, 3.

A dirty mind is a Joyce forever, 2.

Als hij haar slaapkamer ingaat, zie hij meteen haar hard plastic ‘speelgoedkist’ tussen bed en kastenwand staan. Het deksel staat tegen het bed aan, waardoor de inhoud gelijk zichtbaar is. Hij ziet het door haar al genoemde bondagekoord, de achtergelaten enkelboeien, de mondbal knevel. Die hij eruit pakt, omdat de grootte van de rode bal hem verbaasd. Kan die echt in je mond? Nieuwsgierig doet hij een poging, maar die staakt hij al snel. Want of zijn mond is te klein of de bal is te groot. Toch, omdat Joyce deze knevel in de kist heeft liggen, neemt hij aan dat zij dat ding wel kan hebben. En omdat het wellicht leuk is haar voor een tijdje het spreken te beletten, legt hij deze opzij. Dan ziet hij nog iets liggen dat erop lijkt. Lees verder A dirty mind is a Joyce forever, 2.

A dirty mind is a Joyce forever, 1.

De plaatsnaamborden op de stations snellen aan hem voorbij zonder dat hij zo gauw kan zien welke namen erop genoemd staan. Iets wat hem niet boeit ook. Het gaat hem immers alleen om de stopplaats die de trein om 10.23 uur aandoet en waar als het goed is zij hem met haar auto op het stationsplein staat op te wachten. Wat over een klein half uur zover is, laat zijn horloge hem zien als hij er voor de zoveelste keer in korte tijd en met toenemende nervositeit op kijkt. Want hoe zal deze eerste fysieke kennismaking gaan tussen hem, de dominant die hij denkt te zijn, maar die nog onervaren op dat gebied is en zij, de ervaren sub? Is dat iets waar hij zich druk over moet maken? Misschien wel, omdat hij zich er onzeker bij voelt. Want wat als hij niet bij machte is haar zijn wil op te leggen? Of als hij haar niet kan geven waar ze naar verlangt of wat ze verwacht te krijgen? Hij zucht, doet de ogen dicht en denkt voor even terug aan hoe het is gekomen en gegaan tot nu toe. Lees verder A dirty mind is a Joyce forever, 1.

De erfenis, 6.

Zeven weken later

Ze is bijna weer terug bij de Moezel en dan, eenmaal in Trarbach aangekomen, is het alleen nog de klim omhoog naar Starkenburg. Waar ze eerst de vrouw die ze eerder ontmoet had in de lounge van hotel Krone opnieuw zal zien, maar deze keer dus in café/restaurant Schöne Aussicht en daarna is er eindelijk weer de hereniging met Roos.

Het had maar liefst anderhalve maand geduurd voordat Suzanne de eigendomsakte van het huis in Starkenburg binnenkreeg. En al die tijd verkeerde ze in een martelende onzekerheid hoe het met haar vriendin ging, ook al omdat ze niets over haar vernam. En van de vrouw die haar in de lounge de beelden van de geboeide en met de armen en benen wijd gespreide Roos had laten zien, hoorde ze ook pas nadat de akte al anderhalve week binnen was. Het belletje was kort en zakelijk geweest: “Ik verwacht u volgende week vrijdag tegen lunchtijd in het u bekende café/restaurant in Starkenburg en voor de nacht van vrijdag op zaterdag heb ik een kamer gereserveerd in hotel Krone. Tot volgende week.”

Ze ziet de blonde vrouw na binnenkomst gelijk zitten. Het zwarte leren jasje dat ze destijds aanhad, hangt over de rugleuning. Ook ontbreekt het zwarte hemdje met de diepe uitsnede niet. Het enige verschil met toen is dat de donkerblauwe jeans vervangen zijn door een zwarte leren broek. En o ja, de handschoenen van zwart soepel leer gaan net als destijds ook nu niet uit.
Hoewel Suus trappelt om Roos te zien en daarom niet trek heeft om aan het tafeltje aan te schuiven, eet ze toch een hapje mee met deze nog immer voor haar naamloze vrouw. Die nog iets voor haar te tekenen heeft, namelijk de verklaring dat ze lid is van de loge. Als Suus het stuk doorneemt, komt ze een passage tegen waarin vermeld staat dat, als ze van plan is het te verkopen, ze dat als eerste bij een advocatenkantoor in Traben moet aanbieden. “Omdat?” vraagt ze aan de vrouw tegenover haar.
“Omdat wij willen dat het huis beschikbaar blijft voor de activiteiten van onze leden en dus, mocht u het ooit kwijt willen, zorgt onze advocaat ervoor dat een nieuwe eigenaar van doen heeft met onze loge.”
Waarmee bij Suus een andere vraag bovenkomt: “Waarom heeft Ursula Kleemann haar huis dan juist aan mij nagelaten en dus niet aan het advocatenkantoor, zoals u me net schetste?”
“Laat ik er alleen over zeggen dat mevrouw Kleemann het verstandig vond om de aandacht te omzeilen die sommige instanties op haar richtten, en daarmee mogelijk op de loge, door het pand bij een eigenaar in Nederland onder te brengen.”
“Want wat had ze…”
De vrouw schudt haar hoofd. “Hier moet u het mee doen.”
Op het moment dat Suus haar handtekening onder de verklaring zet, pakt de vrouw haar mobieltje. Haar wijsvinger vliegt over het scherm. Suzanne fronst. Gaat er soms weer iets met Roos gebeuren? De vrouw ziet haar frons en ze glimlacht. “Het is een whatsappje dat u net getekend heeft en dat daarmee uw vriendin binnen mag komen.”
Gelijk vliegen Susannes ogen naar de toegang tot de uitbouw waar ze met haar tafelgenote zit en ja, daar komt ze binnen!

***

Roos zit met Jula aan een tafel helemaal achterin het restaurantgedeelte van het Schöne Aussicht. Ze kijkt uit naar de ontmoeting met Suus, maar ze vermoedt dat die heftig zal zijn.
Jula glimlacht: “Ik merk aan je dat je je verheugt op de ontmoeting en tegelijkertijd dat je het spannend vindt.”
“Ja, dat klopt wel. En hoe is het voor jou?” geeft Roos haar glimlach aan Jula retour.
“Ik heb alle vertrouwen in je.”
Haar gedachten dwalen af naar de voorbije tijd. De eerste dagen en oneindig langdurende nachten in de kelder waren ellendig geweest. Een tijd waarin de dagen over waren gegaan in weken. Totdat er meer vrijheden kwamen. De kettingen verdwenen meer en meer, de boeien maakten geregeld plaats voor een leiband aan een halsband. En ook steeds vaker bracht ze nachten door in een ruime kooi op de slaapkamer van Jula.
Het was een periode geworden waarin ze leerde wat een plak is en wat een paddle, wat een bamboe of een rubberen cane voor verschil in beleving geeft en dat de ene zweep niet de ander is, want daarin passeerde ook het nodige aan haar: de bullwhip, een rubber slapper die echt venijnig was en zo nog een stel die alle gemeen hadden dat ze verdomde pijn doen en Jula was daarin haar harde leermeester.
Maar ze ervoer niet alleen de pijn, ze gaf die ook. Eerst oefende ze op personen die door de loge daartoe werden ingehuurd, denk aan slaven en slavinnen. En dat onder het toeziend oog van Jula, die haar al doende leerde waar je mag slaan op het lichaam en waar vooral niet.
Ook leerde ze hoe de hiërarchie binnen de loge in elkaar stak en hoe ze aan de capes kon zien wie wat is. Ze zijn weliswaar van buiten allemaal zwart, maar de binnenkant heeft de bij een positie behorende kenmerkende kleur. Voor de Grootmeester(es) is die kleur paars, voor de Meester(es) zoals die van Jula rood, de Kandidaat meester(es) heeft lichtblauw en voor de novices zoals Roos was, hoe kan het ook anders, wit.
Ze maakte kennis met de taken die gaan behoren tot die van de beheerder, de huishoudelijke als opruimen en schoonmaken, de inkoop van de boodschappen, deels in overleg met de kok, de bijbehorende administratie. Dus eigenlijk met de algehele organisatie en planning rond de dagen dat de leden van de loge bijeenkomen.

Het mobieltje van Jula geeft een signaal. Ze kijkt op het schermpje en knikt dat naar Roos: “Ja, je mag. Sterkte en succes, lieverd.”
“Dank je,” vliegt ze omhoog van haar stoel en ze rent nog net niet naar de uitbouw, waar ze ziet dat Suus ook omhoog springt van haar stoel. In een innige en tegelijk ook uitbundige omhelzing uiten ze hun blijdschap om elkaar weer te zien.
De vrouw is eveneens van het tafeltje opgestaan en ze gebaart dat Suzanne en Roos kunnen gaan zitten, terwijl zij hen passeert en het restaurant ingaat.
Aan het tafeltje praat Roos haar vriendin bij over wat ze heeft doorstaan en meegemaakt. Om uiteindelijk te besluiten met: “En ik ga niet met je terug naar Nederland, Suus. Ik blijf hier.”
Ze ziet haar vriendin bleek worden. “Nee, dat meen je niet. Ben je gehersenspoeld of zo?”
Roos schudt haar hoofd en ze legt haar handen op die van haar vriendin, zegt dan zachtjes: “Nee, maar ik ben thuisgekomen, Suus.”
De laatste kijkt haar flabbergasted aan. Roos herhaalt: “Ik blijf definitief in Starkenburg, ik heb hier in dit huis en binnen deze loge mijn draai helemaal gevonden.”
Het duurt nog een tijdje voordat Suzanne voor zichzelf moet toegeven dat haar soulmate nog steeds de dezelfde is, alleen nu in een nieuwe en stralende, gelukkig ogende hoedanigheid.

Beide vrouwen komen het cafégedeelte weer in. De naamloze vrouw heeft voor hen nog iets te ondertekenen, namelijk een huurcontract. Voor Suzanne als verhuurder en Roos als huurder. Waarna zij hen achterlaat en Jula aan Suus voorgesteld wordt. Die hen na een gezamenlijk wijntje eveneens alleen laat.
Later, als na een etentje in Trarbach, Roos door Suzanne is afgezet bij wat vanaf vanmiddag officieel haar thuis is en Suzanne afzakt naar Traben voor de nacht in hotel Krone, wacht Jula Roos op.
“En, zeg eens eerlijk, was je vandaag bang dat ik met Suus terug zou keren naar Nederland?”
Haar Duitse vriendin lacht de haar ondertussen zo vertrouwde lach. “Nee hoor, ik had er alle vertrouwen in dat je bleef.

***

Viereneenhalve maand later

Roos heeft al vier keer een bijeenkomst van de loge ervaren en op een gegeven moment is het haar opgevallen dat het gebruik van de ook op die avonden aanwezige prostituees niet altijd die was van hun beoogde rol van slavinnen dan wel meesteressen. Aardig wat leden hadden het drukker met hoeren en snoeren dan dat ze zich bezighielden met het ondergaan van pijn en het verleggen van de grenzen ervan, wat toch het beoogde doel binnen de loge is. Ze had die constatering tegen Jula aangehouden, die vond dat ze dat hogerop moest spelen.
En zo staat ze aan het begin van een middag, voorafgaand aan een nieuwe avond, in de voor novices en kandidaat meesters en meesteressen doorgaans niet toegankelijke vergaderzaal. De stoelen langs de wanden zijn bezet door een vijfentwintigtal Meesters en Meesteressen. Tegenover haar zijn de vier stoelen bezet door de Grootmeesters en op de troon zit Gudruna, die in een eerdere vergadering tot Hoge Priesteres is gekozen na het vertrek van Ursula.

Vlak voordat Ursula de orde verliet, had Ro0s haar een keer kunnen spreken. Ze vertrok naar Spanje, waar ze voor een Hoge Raad door pijniging zou sterven – en deze keer dus echt – aan een kruis. Roos had zich afgevraagd of zoiets vol te houden was tot het einde zich aandiende. Ursula had haar schouders opgehaald en gezegd: “Je houdt dit vol totdat het hart de geest geeft en die het lichaam verlaat en zich verbindt met ons opperwezen, de hoogste in rang.”

Gudruna knikt Roos toe. “Ik geef je in deze vergadering spreekrecht, uitzonderlijk voor een novice, maar ik begreep dat je een ernstige aanklacht hebt die gehoord moet worden.”
Waarna ze aangeeft wat ze geconstateerd heeft en dat daarmee tekort wordt gedaan aan het verleggen van de grenzen van pijn, een doel van de loge.
“Zeg mij de namen en daarna geef ik jou het recht van doen met hen,” flonkeren de ogen van Gudruna achter de spleten in het puntmasker.
“Ik wil twee aanwijzen die als waarschuwing mogen dienen voor anderen die het aangaat.”
Als Roos daarvoor toestemming krijgt, wijst ze tot verbazing van velen twee Grootmeesters aan.
Uit de zaal waar de avonden zich afspelen wordt een spankingbank opgehaald en mag Roos het doen uitvoeren, ofwel het pijnigen van de twee aangewezenen voor de ogen van Gudruna, van de twee overgebleven Grootmeesteressen en van de Meesters en Meesteressen. Opnieuw tot verwondering van nu bijna alle aanwezigen weet die novice van uithalen, waarbij de ene Grootmeester het niet tot het einde weet te doorstaan en de andere al kort na aanvang breekt. Nog in de vergadering worden de twee in de hiërarchie teruggezet en doet Gudruna iets wat nog niet eerder in het lange bestaan van de loge is voorgekomen: een novice benoemen tot Grootmeesteres. Die gelijk de brutaliteit heeft door te zeggen: “Ik wil die titel aannemen als de andere plek wordt ingenomen door nu nog Meesteres Jula.”
“Je verzoek is bij deze gehonoreerd,” besluit de Hoge Priesteres deze bijeenkomst.

Kort erna is er voor de leden een heugelijker bijeenkomst. Nadat Jula en Roos voor de wet zijn getrouwd, gebeurt dat nogmaals bij een inwijding in de zaal van de loge, in het huis waar zij sinds een aantal maanden al samenwonen. En ja, bij beide gebeurtenissen is Suzanne Roos’ getuige.

De erfenis, 5.

Met een rilling over haar rug geeft Roos zich over aan wat de rondleiding gaat worden door de verblijven waarin ze de komende tijd gedwongen moet doorbrengen. En misschien zelfs voor een belangrijk deel van haar resterende leven, hoewel ze daar zeker aan zal proberen te ontkomen.
De ruimte waar ze nu in zijn en waarin ze na binnenkomst vast heeft gestaan, lijkt haar de martelruimte. Hoewel ze uit ondervinding weet hoe het is om een ballgag in te krijgen of een halsband om te hebben met daarop slut in letters of om vastgebonden te liggen op bed, heeft ze nooit meubels ervaren die je bijvoorbeeld in een sm-club vindt. Maar ze weet wel wat een schandblok is en een kruis, toestellen die ze nu voor het eerst in het echt ziet. En aan de wand waar ze net nog met de rug naartoe stond, hangt tal van houten en leren materiaal om mee te slaan. Het enige wat ze niet herkent, is een grote houten achthoekige constructie die aan de muur is bevestigd. Lees verder De erfenis, 5.

De erfenis, 4.

Roos voelt hoe even het riempje van de ballgag wordt aangetrokken om gelijk erna losser aan te voelen. Een stem fluistert in haar oor: “Je houdt je mond toe, anders gaat de bal meteen je mond opnieuw in, begrepen?”
Ze knikt en ze zal beslist gehoorzamen, blij de bal kwijt te raken. Maar er zijn zoveel vragen! Waarom is ze ontvoerd? Heeft dat van doen met die erfenis van Suus? Hebben zij gisteren in Starkenburg de verkeerde mensen gepolst? En ze gaan haar vast martelen, want waarom is ze anders geboeid en gespreid? Lees verder De erfenis, 4.

De erfenis, 3.

Susanne tast naar haar telefoon op het nachtkastje om te zien hoe laat het is. Ze is al een tijd half wakker. Ze heeft Roos het bed horen uitgaan en ze heeft haar zelfs met een half oog de hotelkamer zien verlaten in haar strakke jogging outfit.
Het is vijf voor acht, tijd om ook op te staan en om zich klaar te maken voor eerst straks het ontbijt en daarna, om tien uur, de ontvangst van de vrouw die hen waarschijnlijk meer gaat vertellen over de mysterieuze Ursula Kleemann en over die geheimzinnige samenkomsten in het huis dat ze aan haar beoogde na te laten. Een erfenis die Suus niet zal accepteren nadat ze gisteren met Roos samen het nog net niet krotachtige pand hebben gezien. Lees verder De erfenis, 3.

De erfenis, 2.

Als Suus na een douche de badkamer uitkomt, stapt Roos net de hotelkamer in, bezweet van het joggen. Iets waar Suzanne niets van moet hebben en al helemaal niet als iets zo vroeg in de ochtend moet gebeuren.
Nadat ook Roos gedoucht heeft en ze zich beiden hebben opgemaakt en aangekleed, gaan ze naar beneden voor het ontbijt, waar ze een ruime keuze hebben aan broodsoorten, hartig en zoet beleg, melkproducten, ontbijtgranen, eiergerechten en fruit en fruitsappen. En niet een kopje koffie of thee, maar kannetjes. Ze genieten er op hun gemak van, ondanks dat het doel van hun reis, het bezoeken van Starkenburg en het kijken naar en beoordelen van het huis dat Suus kan erven, nu toch wel begint te kriebelen. Lees verder De erfenis, 2.