Hoofdstuk 4: Een eerste opdracht

Kan hij nu ook zien wat ik zit te doen? Mijn ogen gaan naar het plafond, langs de muren. Hoe klein zal zo’n camera zijn? Zoiets als die van een laptop? In elk geval zo klein dat ze me niet zijn opgevallen in de slaapkamer en de badkamer. O, mijn God, mijn kids! Heeft hij ook foto’s van mijn dochters? In hun blootje. Heeft hij zich aan hen verlekkerd! Ik spring op en ik klap voorover boven de spoelbak, braak. Het water dat ik net heb gedronken komt eruit. Lees verder Hoofdstuk 4: Een eerste opdracht

Hoofdstuk 3: Dozen

Ik heb het weekend voorbij laten gaan zonder iets zinnigs te doen of bevrediging te zoeken. De aangeschafte spullen bij Christine heb ik in de koffer opgeborgen en de zaterdagavond ben ik niet voor de webcam gaan liggen. De zondag heb ik voornamelijk in bed gelegen. Alleen de komst van mijn meisjes, vroeg op de zondagavond, bracht me weer bij mijn zinnen.

Iedere avond na het werk kwam ik gespannen thuis, bang een nieuwe envelop op de deurmat te vinden of een briefje van Post.nl dat ze me niet thuis hadden aangetroffen en het ’s avonds opnieuw zouden proberen. Maar geen van beide trof ik aan en met het verstrijken van de week verdween meneer X naar de achtergrond, om ergens in mijn brein als een zeurderig plekje opgeborgen te zijn. Lees verder Hoofdstuk 3: Dozen

Hoofdstuk 2: Een dag vol vragen

Ik doe mijn ogen open. Ben ik wakker geworden door het geschetter van een ekster? Voor de rest hoor ik niets, het is stil in huis. O ja, de meiden zijn er niet, die laten ex manlief en zijn vriendin nu weten dat de zaterdagochtend geen uitslaap dag is. Dat de jongste naar balletles moet en de oudste naar de manege. Veel succes ermee , grijns ik en ik rek me eens lekker uit, om dan toch het bed uit te gaan en zelf iets van deze dag maken. Ik trek een slipje en shirtje aan. Wat ga ik doen? Opnieuw komt er een o ja bij me binnen, de troep in de logeerkamer. Die ruim ik straks wel op, eerst koffie en een ontbijt. Lees verder Hoofdstuk 2: Een dag vol vragen

Hoofdstuk 1: De brief

Ik stap van mijn fiets, duw met het voorwiel het hekje open en stuur die het tegelpad naar de voordeur op, waar ik het rijwiel op de standaard zet. Weekend!
Ik trek de tas met boodschappen uit de fietstas, open de voordeur, raap de folders van de mat, hé, een envelop ook.
Bij de trap wil ik naar boven roepen Ik ben thuis maar realiseer me dat mijn twee meiden er niet zijn, ze zijn vanmiddag al opgehaald door hun pappa om het weekend bij ex-lief en zijn vriendin door te brengen. Met een diepe zucht loop ik door naar de keuken.

Natuurlijk moet en mag hij zijn kinderen zien, dat is het punt niet. Hij is dol op hen en Anna en Sofie gaan graag naar hem en zijn vriendin toe. Maar ik mis mijn meissies op deze dagen, verdomme. Het huis is zo leeg zonder hen. Lees verder Hoofdstuk 1: De brief

Een bijzondere verzameling, 3

Mijn billen brandden, ik huilde. Mariëlle zat naast me, op de ombouw en ze liet een hand strelend en troostend door mijn haren gaan.
“Ik vind dat je het knap hebt doorstaan, hoor.”
“Dank u, Mevrouw,” snikte ik.
En wat mij betrof, was het ook klaar zo en mocht ze me naar huis laten gaan. Ik hoefde niet ook nog eens de nacht bij haar te blijven.
“Mag ik strakjes naar huis, Mevrouw?”
“Maar natuurlijk lieverd. Over negen uurtjes.”
Ik kreunde.
“Wat ik beloofd heb, doe ik ook. En dus mag je die uren nog van mijn gastvrijheid genieten,” lachte ze sardonisch. Lees verder Een bijzondere verzameling, 3