De krijger en de zeven meiden, 2

Nietsvermoedende meisjes, boze wolven, eenzame prinsessen en dappere krijgers. Ik bevond me in het sprookjesland van Noord-Hessen, het land waar de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm in de 19e eeuw hun sprookjes schreven.
De steden, dorpen, licht glooiende hellingen, machtige burchten, romantische kastelen en donkere wouden waren voor mij ook het decor voor mijn fantasiereis, vormgegeven in een aantal vertellingen, waarvan bijgaand de laatste bijdrage.

Het eerste verhaal was In het land van Roodkapje.
Het tweede verhaal Een boom voor Marlène.
Het derde verhaal, in twee delen, De krijger en de zeven meiden, 1

De krijger en de zeven meiden, 2
Lees verder De krijger en de zeven meiden, 2

De krijger en de zeven meiden, 1

Nietsvermoedende meisjes, boze wolven, eenzame prinsessen en dappere krijgers. Ik bevond me in het sprookjesland van Noord-Hessen, het land waar de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm in de 19e eeuw hun sprookjes schreven.
De steden, dorpen, licht glooiende hellingen, machtige burchten, romantische kastelen en donkere wouden waren voor mij ook het decor voor mijn fantasiereis, vormgegeven in een aantal vertellingen.

Het eerste verhaal was In het land van Roodkapje.
Het tweede verhaal Een boom voor Marlène.

Hieronder vind je het derde verhaal.

De krijger en de zeven meiden, 1
Lees verder De krijger en de zeven meiden, 1

Zaad

Het sperma
tussen haar lippen
vandaan druipend
is niet van hem

toch,
als zij boven hem staat
en door de knieën gaat,
proeft hij van de lust
die zij genoten heeft

en hij slikt
zijn onderdanigheid.

Verliefd

Ze heeft een probleem. En die zijn er om opgelost te worden, zegt haar vader steevast. Hij is iemand bij wie ze altijd terecht kan, weet ze. Zij is zijn allesie, zoals hij zo nu en dan anderen laat weten. Maar niet met alles waar ze mee zit of waar ze tegenaan loopt, gaat ze naar hem toe. Voor de typische vrouwendingen klopt ze bij haar moeder aan, die haar beste vriendin is. Ja, ze heeft het getroffen met zulke toffe ouders. Alleen met dit probleem kan ze niet bij hen terecht en daarom is ze nu op weg naar haar opa.

Ze stuurt haar opoefiets het grindpad op. Glimlacht als ze hem al ziet zitten, op het bankje naast het huis, met uitzicht op de wilde, maar zorgvuldig onderhouden tuin.
“Hoi opa,” kondigt ze haar komst aan. Iets wat hij al hoorde, gelijk toen de kiezels onder haar banden knisperden.
“Hé, Babette,” begroet hij haar met een zwaai van een opgestoken hand.
Ze zet haar fiets tegen de muur, kust hem teder op de wang. Ze houdt intens van deze lieve man, van wie haar vader alle mooie eigenschappen heeft overgenomen. Lees verder Verliefd