Weekje vakantiepark

huisje1De bui was hevig geweest. Nu druipen druppels in een rustgevend geluid neer van de takken van de bomen en de heesters. Verder is het stil. Een stilte die hij thuis, in de drukte van de grote stad, zelden ervaart. Hooguit als hij ’s nachts buiten op balkon zit te roken en de stad slaapt, op een paar auto’s na die de wijk verlaten of inrijden. Eenmaal per jaar stilt hij dat verlangen naar rust door in januari een weekje weg te gaan.
De tweepersoons accommodatie die hij deze keer heeft gehuurd, ligt net buiten het eigenlijke park. Het zijn zes dezelfde huisjes, die aan een kronkelend zandpaadje liggen, drie aan elke kant ervan. Zijn verblijf is de laatste aan het paadje, dat iets verderop in het naast het park gelegen bos verdwijnt. Vijf van de zes huisjes zijn verhuurd, het huisje naast hem staat leeg. Lees verder Weekje vakantiepark

De tekening

Hij wierp een blik op de navigatie en zag dat het nog een uur duurde voordat hij bij het hotel arriveerde. Het zou betekenen dat, als hij doorreed, hij pas op z’n vroegst om kwart over zeven aan tafel zat voor een warme hap. En omdat zijn maag al een tijdje knorde, leek het hem verstandig niet langer te wachten, maar aan dat sein gehoor te geven en zijn honger te stillen. Misschien lukte het in het eerstvolgende dorp, mocht dat een beetje eetgelegenheid hebben. Het hoefde geen toprestaurant te zijn, maar in een veredeld cafetaria had hij geen trek.
Hij hoefde niet lang geduld te hebben, voordat een dorpje in zicht kwam. Het was met recht een dorpje, want bij de eerste kruising zag hij het gele bord met de rode streep door de zwarte letters van de plaatsnaam al, terwijl in zijn achteruitkijkspiegel het begin nog zichtbaar was. Hm, dat zag er niet hoopvol uit. Lees verder De tekening

65

Ik besefte dat mijn gedachten te vaak afdwaalden, waardoor ik niet echt meer mijn aandacht bij het verkeer had. Plus dat ik al een dikke twee uur erop had zitten en dus leek het me niet onverstandig de parkeerplaats op te rijden die, zoals een bord aankondigde, over 1500 meter eraan kwam.
Ik parkeerde de wagen voorbij de drie andere wagens die er stonden, stapte uit en ging, met de rug naar de parkeerplaats, lekker in het gras zitten, uitkijkend over het weiland dat zich voor me uitstrekte.
Vroeger, en ik denk daar met enige regelmaat aan wat ongetwijfeld inherent is aan de leeftijd, maar vroeger dus waren er nog in het landschap stukken grond te vinden die begroeid waren met grassen, kruiden en bloemen. Velden waar je in verdween, niet zichtbaar voor anderen als je er op je rug in lag. Dan keek je naar de witte wolken in een blauwe lucht en probeerde figuren in de wolken te vinden, de kop van een man, een leeuw of ander dier. Lees verder 65