De Academie, 6

Het vervolg van dag 1, de middag

We lunchen, de beide meiden aan een tafeltje, ik op de grond. Gelukkig met normaal belegde boterhammen op een bord. En erna gaan we naar boven voor de toegezegde sessie.
De SM-ruimte op de zolder verrast me. Ik ben bij heel wat Meesteressen geweest en heb heel wat ruimtes gezien, van groot tot slaapkamerklein en van een eenvoudige tot uitgebreide inrichting, maar zo royaal en volledig als hier? Het enige wat jammer is, is dat de studentes van die stomme schooluniformen aanhebben. Waarom hebben ze in de lessen niet iets aan van leer of rubber? v-klas 5b,6b schoenen EstherNou ja, ik ben al lang blij dat Mylène en haar bi-vriendin Esther niet van die platte schoentjes dragen zoals diverse studentes hier en mijn mentor ook. Nee, dan die van Esther, die kunnen me bekoren. Zalmroze rond enkel en wreef en de neus en de hiel en de hoge naaldhak zijn glanzend zwart. En de donkere panty trekt me ook meer aan dan de vele blote benen die onder de saaie grijze plooirokjes vandaan komen. Lees verder De Academie, 6

De Academie, 5

Het vervolg van de ochtend van dag 1

Eigenlijk vind ik staartjes leuk, hoewel het met een elastiekje samengebonden pluk haar van Mylenna niet een echte staart is. Toch maken de haren aan beide kanten van haar gezicht in de niet gelijkmatige neerhang samen met de pluk achter op het gehele ‘plaatje’ voor mij tot een bijna woest aantrekkelijk geheel. Wat ik jammer vind, is die schooloutfit van overhemd, stropdas en rok. Iets wat voor alle meiden hier geldt hoor. Het maakt hen zo …, uniform. Wat ongetwijfeld de bedoeling is. Met die overdenkingen ben ik achter haar aan aangekomen bij wat onmiskenbaar een leslokaal is. Stoelen achter tafeltjes, een ouderwets zwart schoolbord met witte krijtjes op de plank eronder. Vier studentes zijn al aanwezig en Mylenna voegt zich als vijfde bij hen. Ook zij gaat aan een tafeltje zitten en ze gebaart mij op mijn knieën ernaast. Drie tafeltjes verderop zie ik een andere slaaf naast zijn Mio zitten. Het is die met het andere leren masker. Lees verder De Academie, 5

De Academie, 4

Het vervolg van dag 1

Mio Mara verdwijnt door een deur tegenover het schandblok. Het duurt niet lang of ze komt alweer terug, met drie zwepen in de handen waaronder een bullwhip, zie ik. Zoals ik ineens ook vanuit een ooghoek een beweging rechts van me zie en als ik mijn hoofd in die richting draai, heb ik drie studentes in beeld. Die Mara uitbundig begroeten. “Ohh, nieuw speelgoed”, “Gelijk goed bezig, Mara”, en eentje: “Mag ik meedoen, Mara?” Die gelijk reageert: “Ja hoor. En als je er nog een paar zwepen bij pakt, Alice. Dan maken we er een heerlijk feest van voor nummer 3.”
Ze heeft dezelfde donkere kleur haar als van Mara, stel ik vast als m’n ogen haar volgen naar de deur waarachter vandaan mijn mentor de zwepen vandaan haalde. En qua bouw en lengte verschillen ze ook nauwelijks, ze zouden een tweeling kunnen zijn. Als ze weer tevoorschijn komt, heeft ze een zweep met één strook en een zweep met diverse stroken in een hand. Nou, dat belooft wat voor me. Lees verder De Academie, 4

De Academie, 3

De heenreis

Na een rit van drieënhalf uur stop ik net voor het dorpje Bour bij het Appart-Hotel Gwendy, gelegen aan de Rue de Luxembourg. Uit de door mij eerder gezochte info begreep ik dat het plaatsje zelf slechts 65 inwoners telt. Vertier hoef ik hier niet te zoeken, maar daarvoor ben ik ook niet hier. Ik ben naar hier gekomen om vanaf morgen als slavenlesmateriaal te fungeren voor de studentes van de BDSM Training Academie en van mij wordt verwacht dat ik daarom stipt om acht uur present ben voor een eerste kennismaking. Omdat ze vonden dat het voor mij niet doenlijk was om en op een onmogelijk tijdstip vanuit Nederland af te reizen en fris en fruitig te verschijnen, werd me een hotelovernachting aangeboden en dat op kosten van de Academie. Het adres van het instituut zelf krijg ik pas deze avond onder een etentje met Lady Estelle in een Italiaans restaurant in een plaatsje vijf minuten rijden van Bour vandaan.
Lees verder De Academie, 3

De Academie, 2

Met het beeld op mijn netvlies van dames in lingeriesetjes die nauwelijks weten te verhullen wat die stukjes stof verborgen houden, doe ik mijn ogen open en zie nog net hoe de blote rug en billen van Livia de deur van de slaapkamer naar de gang doorgaan en daarna uit m’n beeld verdwijnen. Gisteravond pas heb ik haar voor het eerst in haar nakie gezien, toen ze naast mij haar bed instapte. Dat ik bij haar mocht liggen, was als ik me wist te gedragen. Vertaald naar: als ik van haar afbleef.
Ik hoor dat het toilet wordt doorgetrokken en kort daarna komt ze de slaapkamer in. Ze heeft een korte kimono aan. “Een goedemorgen.”
“Ook een goeiemorgen. Hoe laat leven we?”
“Het is zeven uur. Dus je kunt nog op je gemak douchen en ontbijten.” Lees verder De Academie, 2

De Academie, 1

De tafel is afgeruimd en de vaatwasser is het werk aan het doen dat ik thuis zelf moet doen. Wat dat betreft ben ik jaloers op mensen die zo’n apparaat hebben staan, zoals mijn vriendin Livia. Die weer de sterren van de hemel heeft staan koken en nu met koffie en een aperitiefje de woonkamer inkomt. Ze nestelt zich bij me op de driezitsbank, in de andere hoek ervan.
“En wat steekt erachter dat je me zo verwent?” Een geamuseerde lach klinkt daarbij door in mijn stem.
Ze zet het kopje koffie dat ze net heeft opgepakt, terug op het donkere glas van de salontafel. “Ben ik dan zo makkelijk te doorgronden?” speelt een glimlach rond haar mond. “Maar oké, ten eerste was en is dat omdat het te lang geleden is dat we elkaar gezien hebben. En daarbij omdat ik je wat wil vragen. Niet voor mezelf, maar voor Mylène.” Lees verder De Academie, 1

Horribel, 2.

Moet ze haar ogen opendoen? En zo ja, waarom? Omdat ze het koud heeft? Omdat ze pijn heeft? Aan haar benen, armen, nek en vooral aan haar billen? Zit ze op haar handen? Aan tafel? Bij een vrouw die wijn heeft, geeft? Ze opent haar ogen en ze gilt v175a- Horribel, 2.het uit, ze hangt in de lucht! In een ronde, ijzeren kooi. En ze is naakt!
Ze wurmt haar handen onder haar kont vandaan, waardoor de kooi gaat schommelen en draaien, waarop ze het opnieuw uitgilt en ze haar handen rond de spijlen klauwt. Pas nu merkt ze dat haar hoofd boven de kooi uitsteekt, door een gat, een ring bovenop. En dat haar onderbenen en voeten zich eveneens erbuiten bevinden en ze die niet binnenboord kan halen, omdat de ruimte daartoe te beperkt is. Ze pist, puur uit angst en ze hoort de plas ergens ver beneden zich op de grond kletteren. Angstig ziet ze om naar het touw waar de kooi aan op is gehesen. Zal dat het houden of zal zij op enig moment met kooi en al de weg van haar plas volgen en omlaag storten? Lees verder Horribel, 2.

Horribel, 1.

Op de bonnefooi op vakantie heeft zo z’n charme, maar op het bijna einde van de dag is het wel prettig om zicht te hebben op een slaapplaats en vooralsnog ziet dat er niet hoopvol voor hen uit. Het landschap waar Bradley en zij al een tijdlang over smalle en kronkelende wegen doorheen trekken, is weliswaar fraai en gevarieerd qua natuur, maar leeg in bewoning. Het laatste dorp waar ze doorheen zijn gekomen, ligt een dik uur achter hen. En omdat het niet gek lang meer zal duren voordat het donker is, is omkeren en vervolgens door de duisternis terugrijden niet echt aanlokkelijk. In elk geval is dat wat zij vindt. Het geeft haar een onrustig gevoel. Lees verder Horribel, 1.

De Feniks

Waarom hij gekozen had voor wat je met recht een natuurhuisje kon noemen? Die reden was simpel geweest, namelijk omdat hij een week lang weg wilde zijn van de hectiek rondom het nieuwe normaal, dat hij onderhand na een jaar meer dan zat was. Lekker in de natuur zijn, zonder iemand om hem heen en ver weg van alles. De Feniks1Aan deze voorwaarden was voldaan. Het huisje lag afgelegen in een loofbos met eiken, berken en beuken en met het dichtstbijzijnde dorpje voor de boodschappen op vier kilometer afstand. Weliswaar was er een vierhonderd meter verderop een gelijksoortig huisje, maar daarvan waren de luiken voor de ramen dicht geweest en had hij geen activiteiten waargenomen. Lees verder De Feniks

De jacht

Het was de dertiende dag van hun rondreis, een dag die hen bijna de hele middag al door een rotswoestijn had gevoerd. En hoe prachtig en groots ook, op een gegeven moment hadden ze het wel gezien met de cactussen, vetplanten en andere struiken. De opluchting klonk dan ook door in de stem van Sanne toen ze naar een verweerd bord verderop aan de linkerkant van de weg wees, waarop in afgebladderde roodbruine letters het woord MOTEL stond, gevat in een naar links wijzende pijl.
“Heb je het gezien?”
“Hm, ja,” bromde hij. “Ik hoop alleen dat het motel er beter uitziet dan het bord.” Lees verder De jacht