Ik wil (ook) onderdanig zijn

Ik rijd de mij ondertussen bekende straat in. Links van me, in het donker, weet ik het parkje. Rechts van me de naoorlogse flat, die met vier woonlagen geen liften heeft. Wat maakt dat ik, iedere keer als ik de stenen trappen naar de bovenste verdieping opga, mijn nervositeit per etage voel groeien. Om uiteindelijk, helemaal boven, gespannen bij mijn Meesteres aan te bellen.
Ik rijd door tot aan het laatste portiek. Natuurlijk is er geen plek vrij voor de deur. Was er verder terug wel plek? Ik heb er niet op gelet. Door de nat beregende achterruit zie ik de lichten van een auto aan gaan. Een moment later zwenken de lichtbundels naar rechts; ik heb een parkeerplek. Gelukkig maar, want ik zie op het dashboardklokje dat ik me haasten moet om nog binnen de tijd bij haar aan te bellen.

Ze had me eerder op de avond gebeld. Zoals altijd onverwachts. Momenten die door haar werden bepaald. Als zij zin had om verder te werken aan mijn opleiding.
“Met mij. Ik wil dat je binnen een uur bij me bent. Bij vertrek heb je de pols- en enkelboeien al om. En doe ook alvast maar de halsband om, met de ketting eraan.” Ze wachtte even op mijn bevestigende “Ja Meesteres”, om gelijk daarna de verbinding te verbreken.
Het was een eerste eis van haar geweest. Dat als zij mij zou bellen om langs te komen, ik daaraan in 9 van de 10 keren gehoor moest geven. Zo niet, dan was het over en uit. Want zij was er niet voor mij, maar ik voor haar, zo had ze me duidelijk te verstaan gegeven.

Ik stap uit en voordat ik het portier sluit, kijk ik om me heen of er mensen op straat zijn. Of voor de ramen staan. Ik heb geen jas bij me en dus is de halsband zichtbaar. Ook de ketting die daaraan bevestigd is en die glinstert op het zwart van mijn sweater. Maar gelukkig waagt niemand zich buiten. Op één persoon na dan, die in de verte, onder een paraplu, met zijn hondje nadert. Als ik echt snel loop, moet ik voor hem bij de portiek kunnen zijn. Snel sluit ik het portier en ren, licht gebogen, de leren lus van de ketting in mijn linkerhand, naar het trapportaal. Waar ik ruim voordat de man met hondje daar is, arriveer. Gelukt! Ik blijf dit soort van onverwachte dingen maar spannend vinden.
Nu weet ik ondertussen wel dat Meesteres graag met me ‘experimenteert’ om mij nieuwe dingen te laten ontdekken. Daar ben ik ook niet vies van, omdat ik nieuwsgierig ben en graag wil ondervinden, alleen aan openbare gebeurtenissen, zoals deze, ben ik nog steeds niet gewend.
In de portiek, licht hijgend na die ren, is mijn onrust even weg. Om bijna gelijk weer terug te komen. Want als één van haar buren naar buiten gaat? Ik spurt dan ook de trappen op, met twee, drie treden tegelijk. Om dan, met kloppend hart, hortende ademhaling en trillende vinger de bel in te drukken.

Met een zucht had ik, na haar telefoontje, de teevee uitgedaan. Want ik miste straks de serie die ik al zolang volgde. Verdorie! Mijn gesteun was daarmee niet voorbij, want ik besefte dat ik me moest haasten. Het was een half uurtje rijden naar haar, maar in de mij resterende tijd moest ik me nog scheren, van boven, onder de oksels en op en rond mijn geslacht. Plus dat ik ook nog wilde douchen. Dus moest ik me echt wel haasten.

Het duurt even voordat ik haar aan hoor komen lopen. Zoals altijd sta ik in nieuwsgierigheid af te wachten wat ze aan zal hebben. Want soms geeft haar kleding mij een indicatie in wat voor mood zij is, of wat voor sessie ik kan verwachten.
De deur zwaait open. Meteen de verbazing op haar gezicht. “Wat sta jij te hijgen?” “Ja Meesteres.” Ik spreek het zachtjes uit, want achter de andere deuren hoeven ze het niet te horen. “Ik heb me gehaast.” Even kijkt ze me vorsend aan. Heeft ze me dan door? “Omdat je…?” Haar ogen gaan naar de halsband en de ketting en de nu aan één pols zichtbare boei. Ik zie wat schitteren in haar ogen. Een grijns verschijnt op haar gezicht. “Weet je, ga maar weer naar beneden. En als je uitgehijgd bent, kom je weer boven. En dan rustig aan.” En de deur klapt voor me dicht.

Diepongelukkig ga ik de trappen af. Om beneden in de portiek, zoals opgedragen, mijn ademhaling tot rust te brengen. Ongelukkig, omdat ik weer benauwd ben voor mogelijke passanten op straat, dan wel flatbewoners die om wat voor reden dan ook naar buiten willen of moeten. Nerveus houd ik dan ook de straat in de gaten, tegelijkertijd mijn oren gespitst om het geluid van een opengaande deur op te vangen. Natuurlijk, zou ik bijna zeggen, heb ik de pech een deur open te horen gaan, met bijna meteen erna hoorbaar de voetstappen op het graniet van de treden. Meteen stap ik de portiek uit. En… heb dus dubbele pech, want uit dezelfde richting als zonet komt weer een man met een hond aanlopen. Ik vloek, onhoorbaar. Keer me meteen om en loop in de richting van mijn auto. Wat een kutzooi zeg! Dan, van boven, vanaf het balkon, hoor ik de stem van mijn Meesteres schallen: “Frans, kom je?”
“Kut” ontsnapt er nu zachtjes aan mijn mond. Wat nu? Toch doorlopen? Maar ik kan moeilijk doen alsof ik haar niet gehoord heb. En als ik haar roepen negeer… Ik keer op mijn stappen terug, m’n hoofd gebogen, m’n bovenlichaam licht gebogen. Een “Goedenavond” mompelend ga ik aan de mensen uit de flat, een man en een vrouw, voorbij. Jeetje, ik kan wel janken.

Eenmaal boven bel ik weer aan. Een breed lachende Meesteres opent de deur opnieuw. “Wat kijk je beteuterd? Vond je het niet leuk?” “Nee Meesteres, helemaal niet zelfs.” “Nou, ik wel hoor. Ik heb staan genieten. Maar kom erin.” Ze is nog gekleed als zonet. Vale spijkerbroek, zwart T-shirt en zwarte pumps met een laag hakje. Kleding, waaraan ik niet kan aflezen in wat voor stemming ze is. Nou ja, in ieder geval plagend, gezien haar acties van zo-even. Ze loopt voor me uit naar de woonkamer, waar zij in haar fauteuil gaat zitten. Ik weet mijn plek. Die is, als ik niet aan haar voeten zit, op de poef. Slechts een heel enkele keer, en dat pas na haar uitdrukkelijke permissie, mag ik op de bank zitten. Bijvoorbeeld bij visite. Toestemming die zowel in woord als in een nauwelijks zichtbaar knikje gegeven kan worden.
“Moet je morgen werken?” “Nee Meesteres.” Ze gaat daar niet verder op door, maar ik heb een vermoeden wat dat kan betekenen voor me. Verontrustender vind ik haar vervolg. “Er komt zo, voor even, een vriendenstel langs. Zij hebben niets met sm, maar ze weten dat ik eraan doe en wat ik ben. Ik verwacht van je dat je ze ontvangt en dat je ons bedient.” “Ja Meesteres.” Wat moet ik daar anders op zeggen? Dat ik niet echt blij ben met dat bezoek? Toch windt het me enigermate op. Ze laat dus aan hen zien wat ik ben, een slaaf, haar slaaf. Of sub. Hoewel dat laatste nog steeds in ontwikkeling is.

Hoewel al een 30 jaar met sm bezig, zijn de ervaringen daarin voornamelijk als slaaf geweest. Veel gericht dus op pijn. Maar langzaamaan was er de behoefte ontstaan naar meer, naar anders, erbij of ernaast. Ik wilde op z’n minst een keer meemaken wat onderdanig zijn aan een Meesteres betekent. Ik wilde dat beleven. Alleen al om te weten of dat wat voor me zou zijn, wat met me zou doen. En of dat dus wat voor me is. Niet als probeersel, maar in een serieus willen weten.
Een kans die ik dus van haar heb gekregen. Een keer of acht hebben we elkaar tot nu toe ontmoet. Waarvan we enige malen weg zijn geweest. Naar de stad, op de markt rondgelopen, een terrasje pakken. Momenten dat ik even niet haar slaafje was. Maar waarin ik wel altijd haar dominantie voelde. Me er bewust van was. Zeker ook omdat die vriendschappelijke, ongedwongen situatie zo kon omslaan naar die van Meesteres/sub. Door een gebaar, een woord of alleen al door wat haar ogen me zeiden. Maar aan die ontwikkeling wordt dus nu een vervolg gegeven.
We kletsen wat. Meesteres in haar fauteuil, ik op de poef. In een bijna ongedwongen sfeer. Alleen is het verschil op dit moment dat ik haar aanspreek of antwoord met u en Meesteres.
Omdat ik de boeien en de halsband om heb? Die me bewust laten zijn wat ik op dit moment ben? Ik denk het.
Als de deurbel gaat, knikt Meesteres. Ik weet wat me te doen staat en sta dan ook op en ga naar de deur. Licht nerveus, om hoe de reactie van het vriendenstel van Meesteres zal zijn, open ik de deur. In de portiek staat een jonge vrouw en een duidelijk wat oudere man. Heel even zie ik de verbazing op hun gezicht. Vanwege de halsband en ketting? Daar ga ik van uit. Maar als zij wat aarzelend haar hand uitsteekt en zegt: “Hallo, ik ben Annika. En wie ben jij?” besef ik dat die verbazing dus ook om het zien van een onbekend iemand kan zijn. In ieder geval reageert niet één van de twee op wat ik om heb. Haar gezel stelt zich voor als Heinz. Een licht accent doet vermoeden dat hij uit een Duitssprekend gebied komt. Binnen neem ik hun jassen aan en terwijl ik die aan de kapstok hang, lopen zij al door naar de kamer. Waar de begroeting net voorbij is, als ook ik weer binnen kom.
Als de ‘gastheer’ richt ik me tot Annika. “Wat wil je drinken?” “Doe mij maar een kopje thee.” Heinz, haar man of vriend, vraagt of er een bokbiertje is. Wat bevestigend wordt beantwoord door Meesteres. Als laatste wend ik mij tot haar, om te vragen wat zij wil drinken. Dan aarzel ik ineens. Hoe vraag ik haar dat? Spreek ik haar nu aan met u en Meesteres? Zeker dat laatste wil ze niet in het openbaar van me horen of als we in gezelschap zijn van mensen die niet van haar voorkeur weten. Tenzij ze me heeft aangegeven om haar wel zo aan te spreken. Maar wat ze nu van me verwacht? Ze kijkt me aan. En ik weet gewoon dat zij op dit moment van mijn worsteling weet. Ik voel hoe ik licht zweet. Jeetje, hoe vraag ik het nu? “En eh, wat wilt u drinken?” “Doe mij ook maar een thee, slaafje.” Ik kleur. Maar weet nu ook meteen hoe de verhouding is, nog steeds is. En ik voel meteen iets van trots door me heengaan. Ze verbergt niet voor haar vrienden wat ik van haar ben en dat stemt me gelukkig.
Toch blijft het voor mij een worsteling hoe met de situatie om te gaan, de hele tijd dat Annika en Heinz er zijn. In de keuken aarzel ik bijvoorbeeld of ik voor mezelf al wat in mag schenken of dat ik eerst toestemming moet vragen of ik ook wat drinken mag. Het lijkt me wijselijk om dat te vragen. Maar hoe moet ik me verder gedragen? Ik besluit om me in de conversaties te mengen. Eerst nog aarzelend, maar al snel neem ik er gewoon aan deel. Het zijn geanimeerde gesprekken en ik word ‘losser’, voel me thuis bij deze mensen. Tot aan het moment dat ik me ergens vergaloppeerd heb? Want ineens reageert Meesteres. “Ga naar de kamer, kleed je uit en kom dan weer terug.” Geschrokken en met een bleek gelaat sta ik op en ik verlaat gehaast de woonkamer. Wat heb ik verkeerd gedaan, vraag ik me ondertussen af. Was ik misschien te vrij? Heb ik mij in de gesprekken soms te veel laten gaan, me als gelijkwaardig deel van het gezelschap beschouwt? In ieder geval heb ik haar ontstemd, dat is wel duidelijk. En het resultaat daarvan zal ik ongetwijfeld zo merken.

De kamer is een eenvoudig ingerichte speelruimte. Hoewel Meesteres nooit van speelruimte spreekt. Voor haar is dat wat ze doet geen spel, maar beleving. Een wezenlijk onderdeel van haar leven. Waarin die kamer slechts een klein onderdeel is. Ze heeft die niet nodig om te tonen wie en wat ze is. Voor haar is het gebruik ervan als iets leuks erbij, voor zo nu en dan.
In die ruimte staan, in mijn ogen dan, toch wel ‘leuke’ dingen. Zoals een schandblok en een met skai bedekte (bondage)tafel. Aan de lange muur, tegenover de deur, een Andreaskruis. Aan de korte zijde planken en een rail met haken aan de muur, voor ‘speeltjes’, zwepen en ander slagmateriaal. En o ja, in de hoek van de kamer, bij het raam, een bed. De donkerrode, houten ombouw rondom is bovenop voorzien van schroefogen. Het ‘hoeslaken’ om de matras is van een zwart soort pvc. In ieder geval van een materiaal dat gemakkelijk schoon te maken is.

Als ik me uitgekleed heb, voel ik me beschroomd als ik naar de kamer terugkeer. Zo helemaal naakt, met boeien en halsband nog om, is het overduidelijk anders dan zonet, met de kleding nog aan. En wat het wellicht nog erger maakt, is dat Meesteres naar de grond naast haar stoel wijst. Woordeloos. Maar ik weet wat de bedoeling is en zwijgend zak ik op de mij toegewezen plek door de knieën en ga op handen en knieën naast haar fauteuil zitten, het hoofd gebogen. Ze heeft me nu duidelijk mijn plaats gewezen en ik mag dan ook niet meer aan de gesprekken deelnemen. Heinz neemt mijn taak over om en de dames en zichzelf nog wat in te schenken. Waarbij ik blij ben om te horen dat Annika zegt: “Maar dat is de laatste hoor, want dan gaan we echt.”
Daar houden ze zich ook aan. Gelukkig maar. Omdat ik alleen wil zijn met Meesteres. Hoewel ik enigszins benauwd ben voor het vervolg. Want volgt er straf? Voor wat ik gedaan of juist niet gedaan heb? Meesteres spreekt nooit van een straf. Als ik iets niet naar tevredenheid heb gedaan, dan volgt er een corrigerende maatregel, zoals zij dat noemt. Als die gegeven wordt, mag ik niet om genade vragen. Zoals het helemaal niet door haar gewaardeerd wordt dat ik daarom vraag.
Kort nadat ik de deur heb horen dichtslaan en daarmee de gasten weg zijn, heb ik Meesteres bij me staan. Ze trekt me aan de ketting omhoog. Haar ogen vlammen. Haar stem is bijtend, als ze zegt: “Dat was een slechte beurt van je. Een slaaf van mij onwaardig.” Haar woorden snijden me door de ziel. Ze trekt me aan de ketting achter zich aan, richting de kamer. Na een paar passen laat ze de ketting los en terwijl zij doorloopt, geeft ze me over haar schouder kijkend aan: “Blijf jij daar maar staan, met je handen in je nek.” Ik stop, in bange afwachting. Een moment later keert Meesteres alweer terug in de woonkamer, een cane in de hand. Oei. Dat wordt dus pijn lijden!
De eerste slag komt gloeiend pijnlijk op mijn billen neer. Er gaat geen opwarmen aan vooraf. Dit is een correctiemaatregel dus. Pfff. Bij de derde slag lopen de tranen me over de wangen. Pas bij de achtste slag vraagt Meesteres of ik me ervan bewust ben waarmee ik haar mishaagd heb. “Omdat ik me in de gesprekken mengde, Meesteres?” Pets. Pets. Ik schreeuw het nu uit. “Pas op, of je krijgt een mondprop in.” Pets. “Omdat…” Pets. Ik huil nu. Hortend en stotend breng ik uit: “Omdat ik deel van het gezelschap werd?” Pets. De pijn wordt ondraaglijk, ik zak door de knieën. “Blijf gekromd staan!” “Omdat ik me op het niveau begaf als van Annika en Heinz? Uw gasten, uw vrienden?” Pets. “En niet u in de gaten heb gehouden? U eigenlijk als Meesteres negerend?”
De cane wordt op de grond gegooid. Aaiende handen gaan over mijn billen. “Zie je, je weet het wel.” Ze verschijnt in mijn gezichtsveld. Haar nagels krabbelen over mijn huid. “Ik krijg het er wel bij je in hoor zoals ik mij jou wens.” Haar vingers grijpen mijn tepels, haar nagels klauwen zich erin vast. Draaien zo mijn tepels rond. Ik steun. “Zoals ik van je verlang om te zijn. Zoals ik mijn slaafje wil hebben.” Ik hijg. Ik kreun. “Alleen wil ik nu van je weten of jij dat ook wilt. Je aan mij over geven. Helemaal.” Haar vingers laten mijn tepels los. Een hand grijpt me bij mijn ballen. “Je hebt me nu een achttal keren meegemaakt. En ik jou dus.” Mijn ballen worden nu in een pijnlijke greep genomen. “Je bevalt me wel en ik denk dat ik je wel daar kan krijgen waar ik je wil hebben. Alleen wil ik jou nu ook, eenmaal nog slechts, de kans geven om een beslissing te nemen. Zeg je ja, dan is er geen weg terug voor je.” Haar hand laat mijn ballen los. Haar ogen boren zich in die van mij. “En?” “Ik wil verder door u opgeleid worden, Meesteres,” hoor ik het mezelf steunend van de pijn zeggen. Het is eruit, zonder een verder nadenken over wat de consequenties daarvan zijn. Ze laat m’n ballen los.

Had ik er niet even over na moeten denken? Nee. Want dit wil ik toch? En, het voelt goed, de verhouding met Meesteres. Nou ja, het voelt niet altijd goed, glimlach ik even, denkend aan mijn gloeiende billen en gevoelige ballen. Meesteres glimlacht nu ook. “Ik ben blij om dat van je te horen. En dan heb ik nu ook een cadeautje voor je.” Ik ben even benauwd dat ik weer met de cane krijg, omdat zij mij gebied die op te rapen, maar ze neemt deze van me aan en legt die op de salontafel neer. Om vervolgens uit de kast een pakje te pakken. Een echt pakje, in cadeaupapier. Verrast neem ik het van haar aan. “Mag ik het open maken?” “Ja.” Nieuwsgierig haal ik het papier erom weg. Ik zie meteen dat het een kuisheidskooitje is, een chroomkleurige. De CBX 3000, aldus Meesteres. Ze laat me het kooitje meteen zelf omdoen. “Ben je er blij mee?” “Eh, ja Meesteres. Dank u.” “Je klinkt wat aarzelend?” Ik lach besmuikt. “Ja. Want ik sta even te bedenken wat de consequenties hiervan kunnen zijn, Meesteres.” Nu lacht zij ook, breeduit. Maar ik hoor iets spottends in die lach. Wat doorklinkt in haar stem. “Dat is heel simpel, slaafje van me. De komende weken oefen je in het dragen ervan. Elke dag een langere periode. Daarna krijg ik de sleuteltjes van je. En eh, wedden dat je dan na enige tijd dragen heel braaf zult zijn?” Ja, ik kan me er een voorstelling bij maken wat het resultaat zal zijn, en ja, ook dat ik dan als was in haar handen ben. “Zo, en nu wil ik een programma op teevee zien. Ga jij eens in de keuken wat te knabbelen halen. Doe maar wat blokjes kaas of zo. En ik wil een rode wijn.” “Ja Meesteres.”
Als ik met het gevraagde terugkom in de kamer, zit Meesteres op de bank, een arm op de armleuning, de benen opgetrokken. Haar spijkerbroek heeft ze uit, de slip (of string?) is zacht lila. “Ga maar op de grond, op je handen en knieën. En geef me de ketting maar.” Ik geef haar de leren lus van de ketting in de uitgestoken hand en ga op de grond naast haar, tussen bank en salontafel. Ik heb geen idee waar ze naar kijkt. Een serie die ze volgt? Waarschijnlijk op één van de commerciële zenders. Zo nu en dan volgt er een ruk aan de ketting, als ze haar glas wil, of als ze het schaaltje met kaas voorgehouden wil hebben. Het zijn de momenten dat ik even een steelse blik kan werpen op haar benen, haar bovenbenen, haar slip.

Niet één keer nog heb ik haar bloot gezien. Niets van haar bovenlichaam en al helemaal niets van haar onderlichaam. Ja, haar armen en benen wel natuurlijk, maar haar borsten en haar vagina? Zal ik die ooit te zien krijgen? Ik hoop van wel, maar ik moet daar op dit moment niet over denken, want mijn pik knelt bij die gedachtes namelijk pijnlijk in het kooitje. Pfff.
Dan is eindelijk het programma afgelopen. Meesteres staat op van de bank, trekt me half overeind. En vraagt dan pas of ik ook wat wil, ondertussen aan een stukje kaas knabbelend. “Graag Meesteres.”
Nadat ze er nog een blokje heeft gepakt, draait ze zich om. Ze heeft een string aan, merk ik gelijk op. Dat gegeven wordt meteen weer doorgegeven naar beneden, naar mijn gevangen pik. En dat voelt dus niet prettig! Dan zie ik haar hand verschijnen en ik kijk verbluft toe hoe het brokje kaas tussen haar billen verdwijnt. “Ga je gang, maar denk erom dat ik geen tanden wil voelen!” Direct buig ik me naar die billen en ik breng m’n gezicht tussen die verrukkelijke bilspleet. Ohh, dat is genotvol. Maar wat klopt mijn pik daardoor nu pijnlijk in die kooi!

Het billenfeest is slechts van korte duur, want ik ‘mag’ achter haar aan kruipen naar de keuken. Waar ze een metalen bakje met water vult en dat voor me op de grond zet. Als een hond mag ik, moet ik eruit drinken. Van dat soort dingen ben ik niet wild. Maar ik drink toch. Sowieso omdat ik dorst heb. En omdat ik onderdanig wilde zijn, wilde worden, toch?
“Je mag vannacht bij me blijven slapen.” O, dat klinkt heel aanlokkelijk. En wordt ook de eerste keer.
Ze neemt me mee naar de badkamer. Waar ik op het toilet mag plassen. In haar bijzijn. Wat ik met enige gêne doe. Ik krijg een nieuwe tandenborstel, uit de verpakking gehaald, en mag mijn tanden borstelen. Meesteres daarentegen maakt geen aanstalten om iets te doen wat op haar voorbereidingen voor het naar bed gaan wijst. Als ik klaar ben, moet ik weer achter haar aan kruipen. Waar we, tot mijn verrassing en ook teleurstelling, richting de kamer gaan. En ja hoor, waar we ook naar binnen gaan. Het dringt tot me door waar ik de nacht doorbreng. Meesteres maakt mijn halsband los, waarna ik op het bed mag gaan liggen. Met een korte ketting maakt ze mijn linker enkelboei met een hangslotje vast aan één van de ogen aan het voeteneinde van het bed. Nog heel even stapt ze bij mij op het bed, zwaait een been over mij heen, zet haar voeten naast mijn borst. Langzaam zakt ze door haar knieën. Ik zie hoe haar onderlichaam op me afkomt. Totdat ze een eindje van mijn gezicht vandaan stopt. Een hand trekt het smalle gedeelte van de string opzij. Vlak boven mijn ogen zie ik haar anus en vagina zich voor mij ontbloten. Maar verder naderen doen die aanlokkelijkheden zich niet. “Een heel enkele keer mag je me misschien eens verwennen, mijn slaafje. Maar dan moet ik wel heel tevreden over je zijn. Of heel geil.” Ze stapt van het bed af. Ik mis de grijns op haar gezicht niet. Als laatste krijg ik nog een deken over me heen, waarna Meesteres de kamer met een “Slaap en droom lekker, slaafje” verlaat.

Ik voel me gelukkig, blij. Omdat ik hier nu lig en daarmee voor het eerst de nacht bij haar thuis doorbreng. Maar ook om hoe onze verhouding zich ontwikkelt. Hoe zij mij tot haar slaaf maakt, haar totaalslaaf. Met erbij iets wat toch wel vriendschap genoemd kan worden, is mijn idee.

Gepubliceerd door

hansbakkerschrijft.com

Ik schrijf vanuit de behoefte om zo nu en dan mijn fantasieën in verhalen om te zetten. Verhalen die erotisch, erotisch getint dan wel bizarre vertellingen zijn. Weet daarbij in elk geval dat ik ernaar streef om in mijn schrijfsels niet te kwetsen en de dingen niet ordinair te verwoorden. Wat voor mij voorop staat is de wens jou leesplezier of –genot te bezorgen.

2 gedachten over “Ik wil (ook) onderdanig zijn”

Laat een reactie achter op Mahotsukai Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s