Alleen de droom blijft

De huisarts raadde me aan om in beweging te komen. “En dat hoeft niet in de sportschool of door te gaan joggen, u kunt ook denken aan zwemmen of wandelen.” Waarna hij de voor mij geldende plussen benoemde: “U zult merken dat u beter gaat slapen, waardoor u minder moe bent en ’s ochtends makkelijker opstaat en u zal zich lichamelijk en psychisch fitter voelen en meer energie krijgen.” Waarop hij me over zijn bril heen streng aankeek en hij er net niet met ook nog een opgestoken, waarschuwende vinger aan toevoegde: “Als u niet oud wilt worden, moet u vooral doorgaan met uw pogingen om alle ballen in de lucht te willen houden.”

Omdat ik zelf wel voelde dat als ik op deze voet doorging ik hoogst waarschijnlijk tegen een burn-out zou aanlopen of erger, besloot ik zijn advies op te volgen. En zo trok ik de stoute schoenen aan en ik stapte een outdoor winkel binnen voor de aanschaf van een paar goede stevige stappers. En op aanraden van de verkoper drie paar wandelsokken. “Want,” zo had hij me uitgelegd, “die komen de pasvorm ten goede doordat ze onregelmatigheden in de schoen opvullen en daardoor de kans op blaren aanzienlijk verminderen.”

Ik sprak het niet hardop uit, maar ik vroeg me af waarom er dan schoenen werden gemaakt met onregelmatigheden. Om de sokkenverkoop te stimuleren? Of was het euvel te wijten aan onze voeten?

Na twee uren gelopen te hebben vraag ik me af waarom ik in hemelsnaam heb gekozen voor een driedaagse tocht die me over paden voert die vaak die benaming niet verdienen en die geregeld ook nog eens flink stijgen en dan weer sterk dalen. Waarom moest ik zo nodig voor de Ardennen kiezen en heb ik niet voor een leuke wandeling ergens in Nederland gekozen?
Ik neem het rugzakje van mijn schouders en ik zet me met een diepe zucht neer op een grote kei. Ik haal de thermoskan tevoorschijn, die ik vanmorgen op mijn eerste logeeradres in de ontbijtzaal van het hotelletje met koffie heb gevuld en het lunchpakket, dat ik dan wel weer netjes de avond ervoor had besteld.
Ik moet toegeven, terwijl ik naar het meanderende beekje ver beneden me kijk, dat de natuur hier van een adembenemende schoonheid is en vast een therapeutische werking op me heeft. Op de geest, want om te zeggen dat ik me lichamelijk in mijn sas voel, nee. En dan heb ik nog zeker tweeëneenhalf uur voor de boeg voordat ik op mijn tweede logeeradres aankom. Maar goed, vooralsnog zit ik hier best met lekkere koffie en zeer smakelijk brood dat bijzonder gul belegd is met vleeswaar en paté van de streek.

Nadat ik de koffiekan en het lunchafval terug in het rugzakje heb gedaan en weer in de benen ben gekomen ga ik met een gevulde maag iets beter gemutst verder. Pas na geruime tijd krijg ik door dat ik ergens van het juiste pad ben geraakt. Maar waar? En hoe lang geleden al? Dat het me overkomen is, verbaast me eigenlijk niet. Want om te zeggen dat kaartlezen een sterk punt van me is? Laat staan een kompas aflezen.
Is het een optie om op mijn schreden terug te keren? Maar hoever en misschien belangrijker nog, voor hoelang voordat ik de juiste weg weer heb gevonden? Of neem ik de gok om verder te gaan, aannemende een keer in de bewoonde wereld terug te komen? Na enig getalm opteer ik voor de tweede mogelijkheid.
Of ik met de eerste keuze de wolkbreuk was ontlopen, blijft natuurlijk in het ongewisse. Zeker is dat de plastic wegwerp poncho een duidelijke miskoop is geweest om me tegen de regen te kunnen beschermen. Plus dat ik die ook nog eens openscheur aan een boomtak als ik op het door de bui spekglad geworden pad mijn evenwicht verlies.
De zon breekt al snel weer door, maar weet me niet een zonniger kijk op de situatie te geven, doorweekt als ik ben. En met de tijd die al naar halverwege de middag is gegaan, begin ik me bezorgd af te vragen of ik voor het donker ergens onderdak weet te vinden en stevig doorstappen gaat niet op het glibberige pad.
Dan, als ik licht hijgend van de inspanning weer eens een steile klim heb overwonnen en op de top ben aangekomen, zie ik niet gek ver van me vandaan in een kom van de helling een wit stenen huisje met naast de ramen groene luiken. verhaal alleen de droom 1Rondom het huis een weelde aan bloemen en in wat zo te zien een groentetuin is, is een vrouw doende. En zelfs vanaf deze afstand zie ik dat haar kleding toch op zijn minst wonderlijk genoemd mag worden. Rode gummi laarzen, blote benen en een rood regenjasje met lange mouwen en een capuchon die – en dan moet ik me sterk vergissen – van pvc is?

Omdat ze voorover gebogen in de aarde aan het wroeten is, ziet zij mij niet aankomen, maar zij laat mij daarmee zien dat de slip die ze aanheeft eveneens rood is en dat zowel die als het jasje inderdaad van pvc is. De houding waarin ze staat, windt me op, maar tegelijk voel ik me beschaamd om haar in die pose te benaderen. Daarom, nog voordat ik de tuin inga, kuch ik. Direct komt ze omhoog, draait zich om en in één oogopslag zegt ze: “Tu es tout mouillé.” Omdat Frans niet mijn ding is, kijk ik haar niet begrijpend aan, wat ik verduidelijk door mijn “Sorry?”
Ze glimlacht. “Ah, ge zijt van Holland. Ik zei net dat ge kloddernat bent. Door de gietende regen van pas, ja?”
“Ja. En u bent daar beter op gekleed, zie ik.”
Ze negeert mijn constatering en knikt naar haar woning.
“Kom in huis, dan geef ik gij droge kleren van mij en ik stop die van u in de droogkast.”
Ik protesteer dat ik dat niet nodig vind, maar zij gaat me al voor naar binnen. En op zich ben ik blij met haar aanbod, want om zo eh, kloddernat door te gaan is niet een aanlokkelijk idee.
Ze gaat me voor naar de badkamer, waar ze me aangeeft dat ik me mag uitkleden, waarop zij die verlaat om voor mij iets droogs te halen.
Terwijl ik me uitkleed, vraag ik me af of ze hier in haar uppie woont. Wat me stug lijkt, want een vrouw alleen in het midden van nergens? Die zal nooit een man die ze helemaal niet kent zomaar binnen laten, toch? Apart overigens dat ze er zonder broek bij loopt, nou ja, wel met dat plastic broekje nog aan. Waar ik haar voor mijn geestesoog weer voorover gebogen in de tuin zie staan. Omdat die gedachte iets met me doet, houd ik netjes mijn onderbroek aan.
Als zij de badkamer weer in komt met wat kleding over de arm, wijst ze naar mijn slip.
“Gij zijt toch niet preuts? Want kuis past bij een maagd en dat zijt gij toch niet meer?”
“Nee,” geef ik aarzelend aan.
“Allez dan,” wijst ze met een vinger in een neerwaartse beweging. “Ik heb die vaker gezien hoor,” lacht ze.
Met enige gêne laat ik mijn onderbroek zakken, om gelijk een hand voor mijn half in erectie staande lid te houden.
“Gij zijt heet,” merkt ze met een brede lach op. “Is dat door mij?”
“En door wat u aan heeft?” geef ik haar enigszins beschroomd aan.
Ze legt de kleding die ze nog steeds over een arm heeft op het deksel van het toilet.
“U houdt van plastic, is dat wat u opwindt. Ik kan u wat anders brengen in plaats van dat?” wijst ze naar haar kleren op de toiletpot.
“Nou…”
“Dat vind ik wel plezant, zijn we dadelijk samen in plastic.”
En weg is ze alweer.
Heb ik haar nu goed verstaan, meent ze het echt dat ze mij vraagt om ook in zoiets rond te lopen? Nou ja, als ik haar daarmee plezier?

verhaal alleen de droom 2Maar als ik zie waar zij mee terugkomt, schud ik mijn hoofd. Iets wat zij simpelweg negeert.
“Trekt u dit kleed aan, ik help u daarmee en als u het aan heeft, gaan we buiten wat drinken.”
Ik gruwel ervan om in die zuurstokroze body gestoken te worden, maar het knisperend geluid van het latex en het idee dat zij dat ook heeft gedragen, haalt mijn aarzeling deels weg. En als zij naast me de open geritste body tussen haar handen vlak bij de grond houdt en me aangeeft “Allez, stap er met uw voeten in,” geef ik me gewonnen.
Behoedzaam haalt zij het latex langs mijn benen en onderlichaam omhoog. Ik voel hoe haar handen mijn ballen beetpakken om die met zorg achter het latex op te bergen, zodat die niet zijdelings uit het kruisje steken. En verder over mijn bovenlichaam omhoog en als ook mijn armen in de mouwen zitten, trekt zij de rits op de rug van onder naar boven dicht.

We zitten buiten. Mijn kleren zitten in de droger en voor me op tafel staat een glas met een gekoelde en heerlijk smakende Gewurtztraminer.
“U woont hier alleen?”
“Ja. En om mij maar eens voor te stellen, ik ben Evy.”
“Ah, ja, wat onbeleefd van me dat ik dat nog niet gedaan heb.”
“U moest gered worden van uw natheid.”
“Ja, dat is zo,” lach ik. “Ik ben Olaf.”
Toch blijf ik bij dat solitair zijn hangen en terwijl ik om me heen kijk, bedenk dat ik onderweg niets en niemand ben tegengekomen.
“Maar bent u nooit bang om hier zo alleen te wonen?”
“Nee. En ik ben het gewoon. Daarbij, ik oog wellicht lief, maar ik sta mijn mannetje hoor. En als iemand kwaad in de zin heeft, binnen heb ik een geweer.”
“Een geweer?” frons ik.
“Ja. Ik ben houtvester, of boswachter zoals ze bij u zeggen?”
“Aha.”
“En u? Wat brengt u hier?”
“Het toeval. Ik ben ergens onderweg van het juiste pad afgedwaald. Wat mij ongetwijfeld is gebeurd door mijn onervarenheid. Ik moest van mijn huisarts gaan wandelen.”
“Toen dacht u…”
“Dat ik dat gelijk maar goed moest doen en voor een driedaagse tocht de Ardennen in te gaan in plaats van een makkelijke tocht in eigen land te kiezen.”
“En nu zit u hier.”
“In een roze body van latex.”
“Die u schoon staat.”
Iets wat ik betwijfel, maar het rubber voelt niet onprettig aan en als ik weer denk aan dat zij dit ook gedragen heeft, geeft me dat helemaal een warm gevoel. Grappig ook dat het mij als gegoten zit, wat wil zeggen dat zij eveneens slank moet zijn. Iets wat ik nog niet heb kunnen beoordelen, omdat ze de pvc regenjas aan heeft. Maar alsof ze mijn gedachten heeft gelezen, trekt ze die nu uit. Het enige wat ze eronder aan heeft, naast het broekje, is een behaatje in dezelfde kleur en van hetzelfde plastic als de rest.
“U heeft, als ik dat mag zeggen, wel een aparte voorkeur voor kleding, of als ik het anders zeg, voor het soort materiaal waar het van gemaakt is.”
“Ja hè?” lacht ze. “Hoewel het echt niet dagelijks is dat ik het draag, normale kleren hangen er ook in mijn kast hoor. Maar uw waarneming is juist, ik heb een voorliefde voor pvc, latex en lycra.”
“Omdat, als ik dat vragen mag?”
“Latex en lycra omdat het lekker strak zit, als een tweede huid. En latex ook omdat ik de geur heerlijk vind.”
Ze krijgt er blosjes van op de wangen, merk ik op.
“En plastic, dat weet ik niet zo.” Ze haalt even de schouders op. “Wel dat ook dat iets met me doet.” Ze lacht schalks, als ze eraan toevoegt: “Meestal maakt het me, net zoals latex en lycra doen, heet.”
Die laatste opmerking laat mij het warm krijgen.
“En ik heb, moet ik wellicht tot mijn schande zeggen, ondertussen een aardige verzameling aan broekjes, body’s, pakjes, gordeltjes en zelfs een latex bedlaken, dekbedovertrek en twee kussenhoezen.”
“Dat mag je inderdaad een flinke collectie noemen, ja.”
“Ja hè?” klinkt ze opgetogen.
Ze pakt de fles uit de koeler en schenkt me, zonder het te vragen, het glas nogmaals vol en daarna dat van haarzelf. Iets wat ik niet erg vind, want het smaakt me prima.
Dan kijkt ze me ineens met een lichte frons aan.
“Wat wilt u straks? Ik kan u met de wagen naar het hotel brengen, ik weet alleen niet of ze een kamer vrij hebben.”
“Is het ver hier vandaan?”
“Een uurtje rijden.”
“Een uur? En dan moet u ook een uur terug nog?”
“Ja. Edoch, ik was nog niet klaar. Een andere keuze is dat u hier blijft slapen.”
“O,” klink ik verrast. En blij ook, want om haar twee uur te laten rijden voor mij zou ik knap lullig vinden. “Maar heeft u daar de ruimte voor?”
“Mijn bed is tweepersoons,” lacht ze.
“Nou,” reageer ik nu ineens ietwat verlegen, “dat is een heel lief aanbod.”
“Waar u ja tegen zegt?”
Ik knik.
“Mooi. Maar dan verwacht ik wel een prestatie van u.”
Ik kijk haar niet begrijpend aan. Moet ik een klus in de tuin doen, of iets anders in of om het huis? Prima hoor, dat doe ik graag voor mijn redder in de nood.
“Ik wil u dan wel in mij.”
Misschien ben ik traag van begrip, want op mijn gezicht staat nog steeds een vraagteken.
Pas als haar hand naar het broekje gaat, wordt het me duidelijk.
“U wilt dat ik u …”
“Laat genieten, ja,” grijnst ze. “En als u me toestaat het vlees alvast te keuren?” staat ze op. Ze knielt voor me neer en voordat ik kan protesteren – en waarom zou ik – gaat haar hand naar de rits in mijn body.
“Kom eens iets omhoog met uw billen?” waarna, als ik daar gevolg aangeef, zij de rits tot aan mijn bilnaad opentrekt.
“Wat is het toch een mooie uitvinding, een tweewegrits,” lacht ze, waarna ze met enige moeite mijn al stijf geworden lid onder het latex vandaan wurmt, dat met beide handen omklemt en vervolgens gulzig in haar mond laat verdwijnen.
Ik zak wat verder onderuit in de stoel en sluit mijn ogen. Owww, wat is dit heerlijk, wat een genot. Ik weet niet of dit echt is of dat het een droom is. Wat ik wel zeker weet, is dat het geen nachtmerrie is.
Als ik op het punt sta klaar te komen, stopt ze en grijnst.
“Ik wil nog niet dat u uw zaad uitstort.”

Als we naar binnen gaan om het avondeten klaar te maken, trekt zij een jurkje aan over haar broekje en behaatje en ik krijg van haar een joggingbroek en T-shirt voor over de latex body. Waarna ik haar bijsta bij het snijden van de groenten en zij kookt.

Na het eten assisteer ik haar bij het opmaken van het bed, want het beddengoed dat er op ligt, wenst ze te vervangen door de versie van latex. Ik moet toegeven, terwijl ik erbij help, dat het apart aanvoelt en ruikt en dat ik benieuwd ben hoe het is om eronder en op te slapen. Maar voordat dat zover is, neemt ze me mee naar buiten, waar we nog uren bij de warmte van een vuurkorf zitten.

Voordat we ons naar de slaapkamer begeven, waar ik de door haar verwachte prestatie dien te leveren, waarschuwt ze mij dat ze een zeer wilde kat is in bed. Wat ik merk als zij op haar moment suprême de nagels in mijn rug klauwt en van boven naar beneden ongetwijfeld een spoor van vurige schrammen trekt.

De volgende ochtend

“Ik zal u dadelijk een eind op weg helpen, opdat u vanmiddag op uw tweede bestemming weet toe te komen,” glimlacht ze naar me, terwijl ik op mijn rug lig en kijk hoe zij rechtop zittend langzaam over mijn pik op en neer glijdt. Ik wil nog helemaal niks bereiken, ik wil nog zo lang als mogelijk is genieten van deze heerlijke Vlaamse.

Toch is het moment van afscheid nemen daar als ze naar het riviertje beneden ons wijst.
“Als u ervoor zorgt dat gij die blijft volgen, dan moet het u lukken om bij het logement aan te komen.”
We omhelzen elkaar en ik heb er moeite mee om haar los te laten, van haar weg te gaan. Nog een laatste kus op de mond, waarop we ons omdraaien en elk ons weeg gaan. Als ik een paar passen heb gedaan en me omdraai, heeft het groen van de natuur haar in haar donkergroene houtvester uniform al doen verdwijnen.
Terwijl ik verder loop, overpeins ik de vorige dag en de afgelopen uren van vandaag en dan dringt met een schok tot me door dat ik haar waarschijnlijk nooit weerzie. Want ik heb geen telefoonnummer van haar, geen adres, geen naam. Ja, haar voornaam. Maar verder? Dat ze boswachter is. Waar? Ergens tussen het hotelletje van gisteren en dit riviertje, een gebied dat zo groot is. En hoe ik gisteren gelopen ben, weet ik nooit te reconstrueren en tijdens de lange wandeling met haar net heb ik met haar gekletst en naar haar gekeken en van haar genoten, maar heb ik niet opgelet hoe en waarheen we gelopen hebben. Waarmee zij dus voor altijd een droom blijft? Een herinnering? Verdomme!

Gepubliceerd door

hansbakkerschrijft.com

Ik schrijf vanuit de behoefte om zo nu en dan mijn fantasieën in verhalen om te zetten. Verhalen die erotisch, erotisch getint dan wel bizarre vertellingen zijn. Weet daarbij in elk geval dat ik ernaar streef om in mijn schrijfsels niet te kwetsen en de dingen niet ordinair te verwoorden. Wat voor mij voorop staat is de wens jou leesplezier of –genot te bezorgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s